
Wij zijn Jan, Colette, Noor en Jan Evers. Onze eerste vakantie in Le Marche zijn we verliefd geworden op deze streek en hadden we direct het gevoel dat we hier terug wilde komen. Na een aantal jaren van de zomers te hebben genoten in Castorano, gingen we ook buiten de zomervakanties terug. We voelen ons altijd welkom en thuis door de gemoedelijke en gastvrije ‘Marchigiani’. En natuurlijk niet te vergeten het heerlijke Italiaanse eten! Inmiddels gaan we al ruim 12 jaar naar deze streek.
De reis van de familie Pallada is niet slechts een verhaal van migratie, maar van toewijding aan kwaliteit en authenticiteit, waarden die we met trots verder dragen.
Lang geleden – we spreken over een jaar of 500 terug – prijkte de naam Pallada al op het zonovergoten eiland Murano, vlak bij Venetië. Niet zomaar een plek, maar hét wereldberoemde glaseiland, waar men al eeuwenlang de kunst van het glasblazen tot in de perfectie beheerst.
De familie Pallada was daar niet zomaar een naam op de deur. Nee, ze waren echte meesters. In een van de kerken op het eiland zou zelfs, volgens de overlevering, een glas-in-loodraam te vinden zijn waarop een Etruskische strijder schittert compleet met schild en speer, ons familiewapen. Dit hebben we verwerkt in ons logo.
Toegegeven, het is nog even zoeken in welke kerk precies, maar hé, de speurtocht is de moeite waard.
Waarom werd er eigenlijk op een eiland als Murano glas geblazen? Nou, dat had alles te maken met vuur, veel vuur. De ovens waarmee het glas gesmolten werd, konden heet worden als de zon zelf, en dat leverde nogal eens brandgevaar op. Daarom zei het stadsbestuur van Venetië: “Weg met die ovens uit de stad, hup, naar Murano ermee!” Slim bekeken, want zo bleven de geheime recepten en technieken ook mooi binnen de eilandgrenzen. De glasblazers mochten zelfs niet zomaar van het eiland af. Beetje streng misschien, maar tja… vakmanschap moest beschermd worden.
Maar de familie Pallada had grotere dromen. Eén van hen wist het eiland te verlaten en belandde op een wel heel bijzondere plek: aan het hof van de Duitse keizer Frederik de Grote. Die keizer had een zwak voor glaskunst en was op slag verliefd op de kunsten van deze Venetiaanse meester.
En zo rolde de familie Pallada langzaam maar zeker Europa door, tot ze uiteindelijk hun koffers uitpakten in Nederland. Niet in een groot paleis of een bruisende stad, maar in het oostelijke rivierengebied, tussen de Waal en de Maas. Specifieker nog: het charmante dorpje Wijchen, onder de rook van Nijmegen.
Daar groeide een nieuwe tak van de familie op. Jan Pallada had vier dochters, waaronder Jo Evers-Pallada, beter bekend als oma Jo. Zij en haar zussen waren de laatste die de familienaam Pallada nog droegen. En met hun generatie verdween de naam langzaam uit het Wijchense straatbeeld.
De naam van het huis is onthuld door ons pa (opa Jan), hij was de zoon van Jo Evers-Pallada.


